Conclusie
De Gemeente Rotterdam
[verweerster 2]
[verweerster 3]
Feiten en geschil
begane-grondruimten, [a-straat 2b] en [a-straat 2a] , zijn aaneen getrokken tot een ontmoetings- en recreatiecentrum ten behoeve van leden van de Spaanse Vereniging "Het Witte Paard". De indeling en afwerking is als volgt:
bedrijfsruimte, als bedoeld in art. 42, lid 1, Ow., beschouwd moet worden, begroot op ƒ 116.500,--, bestaande uit gekapitaliseerde zwaardere jaarlasten ad ƒ 105.000,--, verhuis- en herinvesteringskosten ad ƒ 10.000,-- en tekenkosten geluidhinder en horecavergunning ad ƒ 1.500,--. Voor het geval de Vereniging als huurder van een
anderszins verhuurde onroerende zaak in de zin van art. 42, lid 2, Ow.beschouwd moet worden, hebben de deskundigen de schadeloosstelling begroot op ƒ 27.630,72.
De Wet van 28 augustus 1851, Stb. 125
De Wet van 8 december 1961, Stb. 425
De Wet van 28 januari 1971, Stb. 44
2. Volledige vergoeding bij onteigening.
3. Beperking van de voorstellen tot huur van bedrijfsruimte.
a, L) en artikel 42 Onteigeningswet Pro is mijns inziens terecht het ruimere begrip gehandhaafd."
Bedrijf of beroep
Indeling verhuurde onroerende zaken
Huurwet
Overige bedrijfsruimte
1.4a 'Echte' bedrijven
bedrijfwordt uitgeoefend, zoals werkplaatsen, bedrijfshallen, loodsen, fabrieken, (gebouwde) opslagplaatsen. Dit is de bedrijfsruimte, behalve die in de zin van artikel 1624 BW Pro, bedoeld in artikel 1636a, lid 5, BW als 'andere gebouwde onroerende zaak die voor de uitoefening van een bedrijf is verhuurd'. (…)"
1.4b 'Restruimten'
geen bedrijfmaar eventueel een
beroepwordt uitgeoefend. Dit zijn bijvoorbeeld praktijkruimten (vrij beroep) al of niet in de woning, kantoren, banken, garageboxen, clubgebouwen, sportzalen respectievelijk sportscholen, scholen, buurthuizen enz. In een aantal wordt zelfs geen beroep uitgeoefend, en deze laatste vallen voor de schadevergoeding onder hetzelfde regime als woningen, namelijk van artikel 42, lid 2 e.v. van de Onteigeningswet, de bekende forfaitaire regeling van één- of tweemaal de jaarhuur, e.d."
Samenvatting
Beschouwingen
Bedrijfsruimte in de zin van art. 7A:1624 BW?
beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten(mijn cursivering, L) te ontplooien een beroep kunnen doen op de onderhavige regeling.’’
Andere onroerende zaak voor de uitoefening van een bedrijf verhuurd?
.1992, nr. 3691 (Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming), lijkt in een vergelijkbaar geval anders te oordelen. Hoewel partijen in hun huurcontract — terloops — verwijzen naar art. 1624 e.v. BW, vermeldt het contract dat de huurder (NVSH) verplicht is de bedrijfsruimte uitsluitend te doen gebruiken voor het doen plaatsvinden van verenigingsactiviteiten en het daartoe ingericht houden.
Heeft de Vereniging niettemin aanspraak op volledige schadeloosstelling?
Beoordeling van het cassatiemiddel
Conclusie