ECLI:NL:HR:1994:AD2262
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Wildeboer
- Urlings
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over volledige schadeloosstelling bij onteigening van verenigingsruimte
De Spaanse Vereniging, huurder van een onteigend perceel, stelde dat zij recht had op volledige schadeloosstelling op grond van artikel 42, lid 1, van de Onteigeningswet, in plaats van het fixum van tweemaal de jaarhuur zoals bepaald in lid 2 van dat artikel. De Rechtbank had geoordeeld dat de Vereniging geen bedrijf uitoefende en daarom slechts recht had op de lagere schadeloosstelling volgens lid 2.
De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en stelde dat het begrip bedrijfsruimte niet zonder meer van toepassing is op alle verhuurde ruimten die niet als woonruimte worden gebruikt. De vereniging oefende geen bedrijf uit in de zin van de wet, maar dit betekent niet dat de lagere schadeloosstelling automatisch van toepassing is.
De Hoge Raad overwoog verder dat het huurrecht als bezit wordt beschermd onder artikel 1 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), en dat een schadeloosstelling die niet in redelijke verhouding staat tot de werkelijk geleden schade in strijd is met dit artikel. De wettelijke regeling die een fixum van twee jaar huur voorschrijft, kan onredelijk zijn en is daarom niet zonder meer toepasbaar.
De Hoge Raad verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelde hij de gemeente in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling met inachtneming van volledige schadeloosstelling indien het fixum onredelijk is.