ECLI:NL:PHR:1995:AA3092
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling belang bij waterschapslasten voor perceel zonder directe waterafvoer
De zaak betreft de vraag of een perceel gelegen binnen het gebied van het Waterschap Oost-Veluwe terecht is betrokken in de heffing van waterschapslasten voor het jaar 1991. Belanghebbende stelt dat haar perceel geen belang heeft bij de waterbeheersingstaak van het waterschap, omdat het perceel geen zichtbare afwatering heeft en hemelwater via grondwater en gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
Het hof stelde belanghebbende in het gelijk, maar het waterschap stelde beroep in cassatie in. De Hoge Raad overweegt dat het waterschap geen gebiedscorporatie maar een doelcorporatie is, waarbij het belang van een perceel niet alleen wordt bepaald door directe waterafvoer, maar ook door indirecte belangen zoals het voorkomen van wateroverlast in het gebied. Het hof heeft volgens de Hoge Raad ten onrechte te hoge eisen gesteld aan het bewijs van het specifieke belang van het perceel.
De Hoge Raad concludeert dat het perceel, ook al heeft het geen zichtbare afwatering, indirect belang heeft bij de waterbeheersingstaken van het waterschap. Dit belang vloeit voort uit de samenhang van het waterschapsgebied en de noodzaak van waterbeheer voor het gehele gebied. De uitspraak van het hof wordt vernietigd en de uitspraak op het bezwaarschrift wordt bevestigd.
Uitkomst: Het perceel is terecht betrokken in de omslag van waterschapslasten vanwege het indirecte belang bij waterbeheersing.