ECLI:NL:PHR:1996:AA1826
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van Friese beroepschriften in belastingzaken en toepassing autokostenforfait
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Hof Leeuwarden inzake de toepassing van het autokostenforfait op privégebruik van een door de werkgever ter beschikking gestelde auto in 1990.
Belanghebbende had zijn beroepschrift in het Fries gesteld, wat door de Inspecteur als niet-ontvankelijk werd beschouwd wegens het ontbreken van een Nederlandstalige versie. Het Hof verwierp dit en oordeelde het beroep ontvankelijk en het materiële standpunt van de Inspecteur onjuist.
De Hoge Raad stelt dat het oude recht van vóór de Algemene wet bestuursrecht (AWB) van 1994 geldt, waarbij het gebruik van het Nederlands als rechtstaal verplicht was en dat het gebruik van het Fries schriftelijk niet was toegestaan. Hoewel het Hof zich baseerde op het Europees Handvest voor streektalen, heeft dit geen directe werking en is Nederland niet gebonden aan de betreffende bepaling.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het materiële standpunt van de Inspecteur juist was, maar dat dit in cassatie niet aan de orde komt vanwege de niet-ontvankelijkheid.
De zaak benadrukt de noodzaak van het gebruik van het Nederlands in schriftelijke belastingprocedures en de beperkingen van het gebruik van het Fries in die context vóór de inwerkingtreding van de AWB.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een Nederlandstalige versie van het in het Fries gestelde beroepschrift.