ECLI:NL:PHR:2000:AA4749
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over verliesverrekening en informele kapitaalstortingen bij Argentijnse dochtervennootschap
In deze zaak staat de uitleg van art. 13b Wet op de vennootschapsbelasting 1969 centraal, waarbij X BV verliesposten op vorderingen op haar Argentijnse dochtervennootschap C SA heeft opgevoerd. Het Hof Arnhem had geoordeeld dat het prijsgeven van vorderingen in brieven van 30 juli 1993 moest worden aangemerkt als het prijsgeven van vorderingen in de zin van art. 13b lid 4, en dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing was op de rente.
De Hoge Raad constateert dat het Hof onduidelijkheid heeft laten bestaan over de motivering en uitleg van deze brieven, en dat het Hof ten onrechte de brieven als een wijziging van Argentijns vennootschapsrecht heeft geïnterpreteerd. Tevens is onvoldoende gemotiveerd waarom de rente niet onder de deelnemingsvrijstelling zou vallen. De Hoge Raad stelt dat het Hof onvoldoende heeft onderzocht of de geldverstrekkingen informele kapitaalstortingen vormden en dat het Hof zijn beslissing onvoldoende heeft gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelt dat de beslissing van het Hof niet kan blijven staan en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar een ander gerechtshof voor nadere beoordeling van de overige gronden van de Inspecteur, met uitzondering van de toepassing van art. 13b Wet Vpb 1969. Tevens dient het subsidiaire standpunt van belanghebbende opnieuw te worden beoordeeld. De conclusie bevat ook een uitgebreide bespreking van de processtukken, waaronder de pleitnota's, en benadrukt het belang van een goede motivering in fiscale procedures.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling zonder toepassing van art. 13b Wet Vpb 1969.