ECLI:NL:PHR:1997:AA2152
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over intracommunautaire verwerving en fraus legis bij omzetbelasting
De zaak betreft een cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake omzetbelasting over de jaren 1993-1995. De belanghebbende, een groothandel in a-producten, had de door haar betaalde omzetbelasting aan G BV in aftrek gebracht, terwijl G BV deze belasting niet had afgedragen. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op wegens vermeende fraude en stelde dat de belanghebbende zelf omzetbelasting verschuldigd was als intracommunautair verwerver.
Het hof vernietigde de naheffingsaanslag en oordeelde dat de intracommunautaire verwerving door de belanghebbende had plaatsgevonden op de plaats van aankomst van de goederen. De staatssecretaris stelde in cassatie meerdere middelen aan, waaronder dat het hof onjuist had geoordeeld over de plaats van levering en dat de fraus legis van toepassing was.
De Hoge Raad verwierp alle middelen. Het hof had terecht geoordeeld dat de intracommunautaire verwerving plaatsvond op de plaats van aankomst van het vervoer en dat de belanghebbende geen fiscaal voordeel had genoten dat aanleiding gaf tot toepassing van fraus legis. Commercieel profijt van een fiscaal delict door G BV kan niet leiden tot het ontzeggen van vooraftrek aan de belanghebbende. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.