ECLI:NL:PHR:1998:AA2420
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op verrekening loonheffing ondanks overschrijding aanslagtermijn
De belanghebbende werkte in 1990 bij vier werkgevers en was in verschillende tariefgroepen ingedeeld. Zij diende in 1994 een T-biljet in voor verrekening van ingehouden loonheffing over dat jaar. De Inspecteur weigerde verrekening omdat de aangifte te laat was ingediend, wat door het Hof werd bevestigd met verwijzing naar de aanslagtermijn van drie jaar uit art. 11 lid 3 AWR Pro.
De belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing, waarbij zij betwistte dat zij geen recht op verrekening had op grond van art. 64 Wet Pro IB 1964 en dat de aanslagtermijn haar recht op verrekening zou beperken. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had aangenomen dat het recht op verrekening verviel door het verstrijken van de aanslagtermijn, aangezien het recht op teruggaaf van teveel betaalde loonheffing blijft bestaan.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en het besluit van de Inspecteur voor zover het de verrekening van voorheffingen betrof. De belanghebbende heeft recht op teruggaaf van het bedrag waarmee de ingehouden loonheffing de verschuldigde belasting overtreft, in dit geval circa ƒ 488,-. Hiermee wordt bevestigd dat de aanslagtermijn niet het recht op verrekening van te veel ingehouden loonheffing uitsluit.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en bevestigt het recht van de belanghebbende op verrekening en teruggaaf van ingehouden loonheffing ondanks het verstrijken van de aanslagtermijn.