ECLI:NL:PHR:1998:AA2474
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling koersresultaat bij kwijtschelding lening ter financiering buitenlandse deelneming
In deze zaak stond centraal of het koersresultaat dat ontstaat bij de kwijtschelding van een lening, die is aangegaan ter financiering van een buitenlandse deelneming, tot de belastbare winst behoort. De belanghebbende, een Nederlandse vennootschap, had een lening bij haar buitenlandse moedermaatschappij afgesloten om de aankoop van een Amerikaanse deelneming te financieren. Een deel van deze lening werd kwijtgescholden omdat de belanghebbende niet in staat was deze af te lossen.
Het geschil betrof de fiscale behandeling van het koersresultaat dat voortvloeit uit het verschil tussen de historische omrekenkoers en de koers op het moment van kwijtschelding. Het hof had het geschil ten gunste van de belanghebbende beslecht, maar de staatssecretaris stelde cassatie in.
De Hoge Raad bevestigde dat het koersresultaat strikt genomen niet is ontstaan door het prijsgeven van de vordering, maar dat dit resultaat niet tot de belastbare winst behoort indien de vordering niet voor verwezenlijking vatbaar was. De vrijstelling van artikel 8, eerste lid, onderdeel c, Wet op de inkomstenbelasting 1964, omvat ook het koersverschil bij de kwijtschelding van een niet verhaalbare vordering in vreemde valuta. Hiermee wordt voorkomen dat belastbare winst ontstaat op een schuld die niet kan worden voldaan, wat in strijd zou zijn met de strekking van de vrijstelling.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de uitspraak van het hof, waarmee het beroep van de staatssecretaris werd afgewezen.
Uitkomst: Het koersresultaat bij kwijtschelding van een lening ter financiering van een buitenlandse deelneming is vrijgesteld van vennootschapsbelasting indien de vordering niet voor verwezenlijking vatbaar is.