ECLI:NL:PHR:1998:ZD1317
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en gedeeltelijke veroordeling voor invoer en bezit van cocaïne op Schiphol
Verdachte werd op Schiphol aangehouden met bijna 12 kilogram cocaïne in zijn bagage. Hij verklaarde dat hij op verzoek van zijn buurman uit Suriname een tas had meegenomen zonder te weten wat erin zat. De rechtbank veroordeelde hem tot twee jaar gevangenisstraf wegens opzettelijke invoer van cocaïne, waarbij het opzet werd aangenomen omdat verdachte bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat de tas drugs bevatte.
In hoger beroep oordeelde het hof anders: verdachte was ernstig gewond geraakt en had op verzoek van zijn buurman de tas meegenomen zonder de inhoud te controleren. Het hof vond dat onder deze omstandigheden niet van verdachte kon worden verlangd dat hij de inhoud onderzocht of zich bewust was van de aanwezigheid van cocaïne. Hierdoor werd verdachte vrijgesproken van het opzettelijke delict, maar wel veroordeeld tot zes maanden hechtenis voor het bezit van cocaïne, omdat hij de tas met onbekende inhoud had meegenomen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld over het culpoze delict en het ontbreken van opzet. Ook het beroep op overmacht werd door het hof voldoende gemotiveerd verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht oordeelde dat verdachte niet volledig vrijuit ging, omdat hij onvoorzichtig was door de tas mee te nemen, maar dat het opzet ontbrak. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken van opzettelijke invoer van cocaïne, maar veroordeeld tot zes maanden hechtenis voor bezit.