ECLI:NL:PHR:1999:AA2870
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling mededelingsplicht bij belastingverhoging wegens grove schuld versus opzet
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een arrest van het hof 's-Hertogenbosch dat een navorderingsaanslag met boete wegens vermeende grove schuld onterecht achtte vanwege schending van de mededelingsplicht uit art. 6 lid 3 EVRM Pro.
Belanghebbende had in 1992 verhuiskosten als aftrekpost opgevoerd en een onbelaste vergoeding ontvangen. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op met een boete van 100%, waarvan een deel werd kwijtgescholden. Aanvankelijk werd opzet als grondslag genoemd, later wijzigde de Inspecteur dit in grove schuld. Het hof oordeelde dat de wijziging niet tijdig was meegedeeld en dat daardoor art. 6 EVRM Pro was geschonden, waardoor de boete verviel.
De Hoge Raad stelt dat de belastingplichtige recht heeft op mededeling van de aard en reden van de beschuldiging, zodat hij zich kan verdedigen. De wijziging van opzet naar grove schuld moet tijdig worden meegedeeld. Echter, het hof heeft ten onrechte zonder meer geconcludeerd dat de boete moet vervallen; dit is alleen gerechtvaardigd als de belastingplichtige door het niet tijdig doen van die mededeling in zijn verdediging is geschaad. Omdat dit niet is gesteld, vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling.