ECLI:NL:PHR:1999:AA2936
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onduidelijkheid bekendmaking en ontvankelijkheid bij bezwaar inkomstenbelasting
De belanghebbende stelde beroep in tegen een uitspraak van de Inspecteur inzake de aanslag inkomstenbelasting 1992 en 1993. Het hof Amsterdam oordeelde dat tweemaal uitspraak op hetzelfde bezwaarschrift niet mogelijk is en verklaarde het beroep te laat. Tevens werd een verzoek tot schriftelijke uitlating over ontvankelijkheid afgewezen.
In cassatie klaagde de belanghebbende over het ontbreken van vaststelling van de datum van bekendmaking van de eerste uitspraak, waardoor onduidelijk bleef wanneer de beroepstermijn begon te lopen. Ook werd het oordeel over ontvankelijkheid betwist, evenals de samenvoeging van uitspraken over twee belastingjaren.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof onvoldoende had onderzocht wanneer de eerste uitspraak aan de belanghebbende bekend was gemaakt, terwijl dit essentieel is voor het bepalen van de beroepstermijn. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof de belanghebbende onvoldoende gelegenheid had gegeven om zich schriftelijk over de ontvankelijkheid uit te laten, wat in strijd was met een goede procesorde.
De klacht over de gecombineerde uitspraken werd afgewezen omdat het hof daarover geen feitelijke grondslag bood en dit pas relevant is als het beroep ontvankelijk is. Gelet op de gegrondheid van de eerste twee klachten vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt voor verdere behandeling terugverwezen.