ECLI:NL:PHR:1999:AA2937
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over geruisloze omzetting en inbreng economische eigendom in BV
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Leeuwarden over de toepassing van artikel 18 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964 bij de geruisloze omzetting van een onderneming in een besloten vennootschap (BV).
De belanghebbende bracht zijn onderneming in een BV in, waarbij slechts de economische eigendom van bepaalde onroerende zaken werd ingebracht, terwijl de inspecteur vond dat de volledige juridische eigendom moest worden ingebracht. Het hof wees het beroep af omdat niet aan de standaardvoorwaarden was voldaan.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof buiten de rechtsstrijd is getreden door het voorbehoud van de belanghebbende niet te erkennen en dat de wet niet vereist dat zowel de economische als de juridische eigendom wordt ingebracht. De voorwaarden mogen slechts strekken ter verzekering van belastingheffing en invordering, en het eisen van volledige juridische eigendom is disproportioneel.
Het tweede middel over het vertrouwensbeginsel faalt omdat beleidswijzigingen mogelijk zijn mits deze bekend zijn gemaakt. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing door een ander gerechtshof.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.