ECLI:NL:PHR:1999:AA3368
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Immuniteit van jurisdictie van de Verenigde Staten inzake schade veroorzaakt door oorlogsschip in Nederlandse haven
De zaak betreft een geschil tussen het Havenschap Delfzijl/Eemshaven en de Verenigde Staten van Amerika (VS) over schade veroorzaakt door het Amerikaanse oorlogsschip "Cape May" in de Eemshaven. Het Havenschap vorderde vergoeding van schade die ontstond door het schip dat meerdere keren losraakte en kademuren beschadigde. De VS beriep zich op immuniteit van jurisdictie, stellende dat het schip deel uitmaakte van de militaire 'Ready Reserve Force Vessels' en geen commerciële activiteiten verrichtte.
De rechtbank verwierp het beroep op immuniteit omdat de schade niet voortkwam uit een handeling 'iure imperii' en het NAVO-Statusverdrag niet van toepassing was. Het hof bevestigde dit oordeel, oordelend dat de handelingen van het schip niet als overheidshandelingen konden worden aangemerkt en dat het schip niet automatisch immuniteit genoot, ook niet als oorlogsschip.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het hof onvoldoende aandacht had besteed aan de status van het schip als staatsschip met militaire taken, terwijl dit essentieel is voor de immuniteitsvraag. De zaak werd vernietigd en verwezen voor nader onderzoek naar deze status. De uitspraak benadrukt het onderscheid tussen commerciële en niet-commerciële staatsschepen en de toepassing van internationale verdragen op immuniteit.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor nader onderzoek naar de status van het schip en immuniteit.