ECLI:NL:HR:1999:AA3368
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- Herrmann
- Van der Putt-Lauwers
- Fleers
- De Savornin Lohman
- Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Immuniteit van jurisdictie voor staatsschip in militaire missie erkend
De zaak betreft een vordering van het Havenschap Delfzijl/Eemshaven tegen de Verenigde Staten van Amerika wegens schade veroorzaakt door het Amerikaanse oorlogsschip "Cape May" tijdens ligplaats in de Eemshaven in 1990. Het Havenschap vorderde vergoeding van kosten en schade die ontstonden bij berging van overboord gevallen boiler tubes en aanvaring met kademuren.
De Verenigde Staten beriep zich op immuniteit van jurisdictie, stellende dat het schip deel uitmaakte van de militaire "Ready Reserve Force Vessels" en uitsluitend werd ingezet voor militaire operaties "Desert Shield" en "Desert Storm". De rechtbank en het hof verwierpen dit beroep, oordelend dat de handelingen niet als "iure imperii" konden worden aangemerkt en dat het NAVO-Statusverdrag niet van toepassing was.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en stelt dat op grond van ongeschreven volkenrecht immuniteit van jurisdictie toekomt aan een staat voor vorderingen die voortvloeien uit het gebruik van een oorlogsschip dat uitsluitend wordt ingezet voor een militaire overheidstaak. De zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar de status van het schip ten tijde van de schade.
De Hoge Raad veroordeelt het Havenschap in de kosten van het cassatiegeding en benadrukt dat de aard van de handeling of gebeurtenis niet relevant is voor de immuniteit. De uitspraak bevestigt de bescherming van staatsschepen in het kader van militaire operaties tegen civiele jurisdictie in Nederland.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt immuniteit van jurisdictie voor de Verenigde Staten en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de status van het schip.