ECLI:NL:PHR:1999:AA3842
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over wijziging kinderalimentatie bij onjuiste of onvolledige gegevens
In deze zaak verzocht de vader wijziging van een eerdere beschikking tot kinderalimentatie, stellende dat de rechtbank destijds onjuiste of onvolledige gegevens had gebruikt en dat zijn draagkracht onvoldoende was om de alimentatie te voldoen. De rechtbank wijzigde de beschikking deels, maar het hof vernietigde deze wijziging en wees het verzoek af. De moeder stelde dat de vervaltermijn van vijf jaar uit artikel 1:403 BW Pro niet tot wijziging kon leiden en dat de vader voldoende draagkracht had.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte strengere eisen stelde aan de stelplicht en bewijslast van de vader bij wijziging dan bij vaststelling van alimentatie. Tevens vond de Hoge Raad dat het hof onvoldoende inzicht gaf in zijn motivering waarom de vader niet aannemelijk zou hebben gemaakt onvoldoende draagkracht te hebben, vooral voor de jaren 1989 tot en met 1991 waarin de vader negatieve winst uit onderneming had.
Verder overwoog de Hoge Raad dat het niet toepassen van de vervaltermijn uit artikel 1:403 BW Pro niet zonder meer een grond is voor wijziging op basis van artikel 1:401 BW Pro. De moeder had bovendien toegezegd de alimentatie over het tijdvak vóór 4 augustus 1989 niet te zullen innen, waardoor het belang van deze vraag verviel.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en verwees de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling, waarbij de draagkracht van de vader en de toepassing van de wettelijke maatstaven opnieuw moeten worden beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor hernieuwde beoordeling van de wijziging van kinderalimentatie.