ECLI:NL:HR:1999:AA3842
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer De Savornin Lohman
- raadsheer Kop
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofbeslissing over wijziging kinderalimentatie en verwijst zaak terug
De zaak betreft een verzoek van de vader tot wijziging van de kinderalimentatie die hij aan de moeder voor hun minderjarige dochter moet betalen. De vader verzocht de rechtbank om de alimentatie met terugwerkende kracht te verlagen, onder meer omdat hij stelde dat de rechtbank ten onrechte geen rekening had gehouden met de wettelijke vervaltermijn van vijf jaar en zijn draagkracht.
De rechtbank wijzigde de alimentatie deels, maar het hof vernietigde deze wijziging en wees het verzoek af. De vader stelde cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de vader niet aannemelijk had gemaakt dat hij in de jaren 1989 tot en met 1991 onvoldoende draagkracht had. Ook wees de Hoge Raad op het belang van de wettelijke vervaltermijn en dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat deze niet tot wijziging kon leiden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige beoordeling van draagkracht en wettelijke termijnen bij alimentatiegeschillen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar een ander hof.