ECLI:NL:PHR:2000:AA4277
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schadevergoeding bij toekomstig verlies arbeidsvermogen na verkeersongeval
In deze zaak staat de schadevergoeding centraal voor een vrouw die door een verkeersongeval blijvend letsel opliep en daardoor niet meer kan werken. Het geschil betreft het verlies aan arbeidsvermogen, met name of de benadeelde, het ongeval weggedacht, tot haar 65ste zou zijn blijven werken of haar werkzaamheden eerder had teruggebracht.
De rechtbank kende de schadevergoeding toe op basis van de stellingen van de benadeelde, die aannam dat zij tot haar 65ste twintig uur per week zou blijven werken. Interpolis, de verzekeraar, betwistte dit en bracht statistische gegevens in die aantonen dat slechts een klein percentage leraren na hun 58ste blijft werken.
Het hof oordeelde dat het meest waarschijnlijk is dat de benadeelde haar werktijd op haar 58ste zou hebben teruggebracht en op haar 61ste zou zijn gestopt, mede gebaseerd op statistieken en ervaringsregels. De Hoge Raad bevestigt dat bij de berekening van toekomstige schade niet alleen de ontnomen keuzevrijheid moet worden meegenomen, maar ook de kans dat de benadeelde die keuze daadwerkelijk had gemaakt. Daarbij is het gebruik van statistische gegevens toegestaan en noodzakelijk, ook al hebben deze geen absolute bewijskracht voor individuele gevallen.
De Hoge Raad benadrukt dat het oordeel van de feitenrechter over redelijke verwachtingen in hoge mate feitelijk is en slechts beperkt toetsbaar in cassatie. Het hof heeft zijn oordeel zorgvuldig gemotiveerd en rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden en maatschappelijke ontwikkelingen. Het cassatieberoep wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt afgewezen en het oordeel van het hof over de schadevergoeding wordt bevestigd.