ECLI:NL:PHR:2000:AA4438
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verrekening en opvolging huurovereenkomst bedrijfspand bij faillissement en verkoop
In deze zaak staat centraal of een huurder van een bedrijfspand een verrekeningsafspraak met de oorspronkelijke verhuurder kan tegenwerpen aan de opvolgend verhuurder na faillissement en verkoop van het pand.
De huurder had een geldlening verstrekt aan de oorspronkelijke verhuurder, met een afspraak dat deze lening verrekend mocht worden met de huur. Na faillissement van de oorspronkelijke verhuurder en overdracht van het pand aan een opvolgend verhuurder, weigerde de huurder de volledige huur te betalen. De rechtbank verwierp het beroep op verrekening en oordeelde dat de opvolgend verhuurder niet gebonden was aan de afspraken over de lening.
De Hoge Raad vernietigt dit oordeel. Hij stelt dat de bevoegdheid tot verrekening niet zomaar verloren gaat bij overgang van de huurverhouding onder bijzondere titel. De samenhang tussen de lening en de huurovereenkomst is zodanig dat zij uit dezelfde rechtsverhouding voortvloeien, waardoor verrekening ook tegen de opvolgend verhuurder kan worden ingeroepen. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een met de curator gemaakte prijsafspraak niet tegen de opvolgend verhuurder zou kunnen worden ingeroepen. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof te Leeuwarden.