ECLI:NL:PHR:2000:AA4726
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op ontbinding bij wanprestatie ondanks bezwaren tegen ongedaanmaking
In deze zaak stond de ontbinding van een koopovereenkomst centraal, waarbij eiser partijen een cassatieberoep instelden tegen het arrest van het hof dat de overeenkomst had ontbonden wegens wanprestatie. Het hof had geoordeeld dat de tekortkoming in de waterhuishouding en de rentabiliteit van het bedrijf ernstig genoeg was om ontbinding te rechtvaardigen, ondanks dat de ontbinding zware gevolgen zou hebben voor de bedrijfsvoering en dat ongedaanmaking mogelijk bezwaarlijk was.
De Hoge Raad bevestigt dat de garantiebepalingen in de overeenkomst zo moeten worden uitgelegd dat de afwezigheid van gegarandeerde feiten een tekortkoming oplevert die tot schadevergoeding verplicht, zonder dat ontbinding is uitgesloten. Ook benadrukt de Hoge Raad dat terughoudendheid bij ontbinding niet betekent dat ontbinding niet mogelijk is bij ernstige wanprestatie, en dat de mogelijkheid van ongedaanmaking niet beslissend is voor de vraag of ontbinding gerechtvaardigd is.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft vastgesteld dat eiser partijen onvoldoende feiten hebben gesteld om af te wijken van de hoofdregel dat wanprestatie ontbinding rechtvaardigt. De aansprakelijkheid voor schadevergoeding wordt bevestigd, evenals het causale verband tussen tekortkoming en schade, zonder dat sprake is van eigen schuld van de wederpartij.
De conclusie van de advocaat-generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.