(a-g)
1 Het beroep is vermeld in VN 1998, blz. 551, pt. 1.2.
2 Vertoogschrift Inspecteur, blz. 6, par. 7.3., 3e al.
3 Valutadatum was 19 augustus 1993.
4 Vertoogschrift Inspecteur, blz. 6, par. 7.3. 3e al.
5 De valutadatum was 5 oktober 1993.
6 Uitspraak Hof, o.1, 5e al. en een brief van de belanghebbende aan het Hof van 25 juli 1997.
7 In dezelfde zin, C. van Ravenhorst, Bankrekeningen/Bankverrichtingen, 1995, blz.100.
8 C.L.G. van Deutekom, Maandblad voor belastingrecht 1943, blz. 227; M.V.M. van Leeuwe, De Naamlooze Vennootschap, 1981 nr. 59/9, blz. 96; A. C. Rijkers, Rente, regels en realisme, 1996, blz. 53 en I.J.F.A. van Vijfeijken, Inkomsten uit vermogen, 4e dr. 1998, blz. 50. Conform het arrest, maar pleitend voor een correctie bij aflossing, J. A. G. van der Geld, TFO 1993, blz. 179 e.v.
9 VN 1995, blz. 1747, pt.13; FED 1995/595 m.nt. P. Fortuin.
10 FED 1995/596 en MBB 1996, blz 317 e.v.
11 A.C. Rijkers, t.a.p. blz. 53/4.
12 Zie het beroepschrift van de belanghebbende aan het Hof, blz. 3; het vertoogschrift van de inspecteur, blz. 5, par. 7.2 en het vertoogschrift in cassatie van de Staatssecretaris, blz. 1.
13 Zie Fortuin, FED 1995/596, blz. 2150/2151 en MBB 1996, blz. 320.
14 T.a.p. blz. 53.
15 T.a.p. blz. 96: "Hetgeen (…) door de schuldeiser meer wordt betaald dan de hoofdsom - het agio - zal - zo mag men aannemen - ofwel een vergoeding vormen voor de reeds lopende rente ofwel bedoeld zijn om het rentetype van de obligatie op een hoger niveau te brengen dan de op dat tijdstip geldende marktrente. In beide gevallen vormt hetgeen de schuldeiser meer betaalt dan de terug te ontvangen hoofdsom, een vergoeding voor een te ontvangen (hogere) rentevergoeding. Het betaalde agio zal in deze beide gevallen dan ook als aftrekbare kosten op het inkomen in mindering kunnen worden gebracht."
16 A.w. blz. 50, par. 1.6.2.
17 T.a.p., blz. 179. Zie over die opvatting ook Van Vijfeijken, blz. 50, Fortuin, FED 1995/596, blz. 2150, nt. 67 en Rijkers, blz.53/4.
18 Degene die de bankbrief bij uitgifte met agio heeft verworven, heeft het agio afgetrokken als verwervingskosten of als negatieve rente. Bij verkoop tegen een koers gelijk aan de uitgiftekoers ontvangt hij van de koper middels de koopprijs een vergoeding voor het agio. Die vergoeding kan bij de verkoper niet worden belast. Evenmin kan de aftrek die ter zake van het agio is verleend worden teruggenomen. De koper wordt vervolgens belast voor de (nominale) rente. Hij kan het meegekochte agio niet aftrekken. De verkoper heeft in dat geval een aftrek genoten die mede zou moeten toevallen aan de koper.
19 Brengt men de met agio uitgegeven bankbrief in het ondernemingsvermogen in, dan wordt deze in de balans opgenomen tegen de waarde in het economische verkeer. Bij de inbrenger kan ter zake van de inbreng geen heffing plaatsvinden. Evenmin kan de verleende aftrek ter zake van het agio worden teruggenomen.
20 In zijn vertoogschrift, blz. 6, par. 7.3. wees de Inspecteur al op die bepaling. De begrenzing heeft in het geval van de belanghebbende geen effect omdat zij in 1993 rente uit obligaties genoot van ƒ 13.125,-.
21 Aftrek van dergelijke kunstmatige agio's kan ook worden bestreden door ze tot de uitgeleende hoofdsom te rekenen (zie par.5.3.), maar dat geeft tevens aan dat de opvatting dat een agio moet worden beschouwd als negatieve rente of tot de aftrekbare kosten moet worden gerekend theoretisch niet juist is.