ECLI:NL:PHR:2000:AA4936
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van artikel 81 Rv en recht op toegang tot de rechter bij ontruiming na verstekvonnis
In deze zaak stond centraal de vraag of de toepassing van artikel 81 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in de gegeven omstandigheden in strijd is met artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat het recht op een eerlijk proces waarborgt.
De huurder had een flat gehuurd en werd bij verstek veroordeeld tot ontruiming wegens verboden onderverhuur. Het verstekvonnis werd niet in persoon betekend en de ontruiming vond plaats terwijl de huurder op vakantie was. De huurder kwam tijdens de ontruiming terug en stelde verzet in, maar dit was binnen minder dan 24 uur na betekening van het vonnis, waardoor de verzettermijn zeer kort was.
De rechtbank oordeelde dat de toepassing van artikel 81 lid 2 Rv Pro in deze situatie het recht op toegang tot de rechter in de kern aantastte, omdat de verzettermijn te kort was om effectief verzet te kunnen voeren. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees erop dat hoewel beperkingen op toegang tot de rechter zijn toegestaan, deze niet de kern van het recht mogen aantasten. Ook de mogelijkheid van verzet bij buitengerechtelijke akte (artikel 84 Rv Pro) bood onvoldoende compensatie.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de rechtbank ten onrechte de zaak naar de kantonrechter had terugverwezen in plaats van zelf te beslissen, en vernietigde dit deel van het vonnis. De Hoge Raad benadrukte dat de wetgever inmiddels een langere verzettermijn van vier weken na tenuitvoerlegging van het vonnis heeft voorgesteld, waarmee de huidige regeling als achterhaald wordt beschouwd.
Uitkomst: Het verzet van de huurder werd ontvankelijk verklaard en het vonnis werd vernietigd voor zover de zaak naar de kantonrechter was terugverwezen, met terugverwijzing naar de rechtbank.