ECLI:NL:PHR:2000:AA5256
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Jaarrekeningprocedure over voorziening bijzondere risico’s internationale projecten Van Oord ACZ
In deze zaak staat de voorziening voor bijzondere risico’s op internationale projecten in de jaarrekening 1995 van Van Oord ACZ centraal. Eiseres, erfgename van de overleden statutair bestuurder van Van Oord ACZ, betwist de hoogte en het voortbestaan van een voorziening van 20 miljoen gulden, omdat zij meent dat deze onterecht is gehandhaafd en daardoor haar winstaandeel wordt benadeeld.
De Ondernemingskamer heeft de vorderingen van eiseres afgewezen en geoordeeld dat zij wel ontvankelijk is als belanghebbende. De voorziening werd toegelicht door Van Oord ACZ en haar accountant, waarbij werd gewezen op de risico’s van voortijdig gestaakte projecten en non-integrated joint-venturewerken. De Ondernemingskamer vond de schatting van de voorziening niet onredelijk en verwees naar de beoordelingsvrijheid van de ondernemer.
De Hoge Raad oordeelt dat de Ondernemingskamer onvoldoende heeft gemotiveerd of de voorziening voldoet aan de eis van waarschijnlijkheid en of de omvang redelijkerwijs is te schatten. Ook is niet duidelijk of de Ondernemingskamer voldoende heeft getoetst aan de wettelijke maatstaven en grenzen der redelijkheid. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor nadere beoordeling. Het incidenteel cassatieberoep over de ontvankelijkheid van eiseres wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest van de Ondernemingskamer wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling van de voorziening in de jaarrekening 1995 van Van Oord ACZ.