ECLI:NL:PHR:2000:AA5518
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Indeplaatsstelling huurder bij overdracht bedrijf in bedrijfsruimte
De zaak betreft de indeplaatsstelling van Prismashop BV als huurder van bedrijfsruimte, na overdracht van het bedrijf door de oorspronkelijke huurder. De huurder had het bedrijf overgedragen aan Prismashop BV, maar de verhuurder weigerde deze als huurder te erkennen. Na langdurige onderhandelingen en ontvangst van huurbetalingen door de verhuurder, ontstond een geschil over de tijdigheid van de vordering tot indeplaatsstelling.
De kantonrechter en rechtbank oordeelden dat de vordering tijdig was, ondanks het tijdsverloop, omdat de verhuurder de feitelijke bedrijfsuitoefening door Prismashop BV had gedoogd en de onderhandelingen voortduurden. De Hoge Raad bevestigde dat de maatstaf 'zo spoedig mogelijk' na bedrijfsoverdracht ruimte laat voor minnelijke onderhandelingen en dat de vordering pas na een duidelijke afwijzing door de verhuurder in rechte moet worden ingesteld.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het ontbreken van gedeponeerde jaarrekeningen niet per definitie betekent dat de voorgestelde huurder onvoldoende waarborgen biedt voor nakoming van de huurovereenkomst. De beoordeling van waarborgen moet alle relevante omstandigheden meenemen, waaronder continuïteit en financiële betrouwbaarheid.
Het cassatieberoep van de verhuurder werd verworpen, waarmee de eerdere uitspraken in stand bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verhuurder wordt verworpen; de vordering tot indeplaatsstelling is tijdig en Prismashop BV biedt voldoende waarborgen.