ECLI:NL:PHR:2000:AA5593
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid voor onrechtmatige voorlopige hechtenis en schadevergoeding
Eiser, een notaris op de Nederlandse Antillen, werd in 1993 aangehouden op grond van verdenkingen van medeplegen van strafbare feiten. Na een langdurige strafprocedure werd hij in 1995 buiten vervolging gesteld wegens onvoldoende bewijs. Eiser vorderde vervolgens schadevergoeding van het Land en de Staat wegens onrechtmatige aanhouding en detentie.
De lagere rechter wees de vordering grotendeels af, maar het hof kende eiser een beperkte schadevergoeding toe. De Staat en het Land stelden cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad besprak onder meer de vraag of de verdenking ten tijde van de hechtenis onrechtmatig was en of het hof het juiste criterium had toegepast.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuiste rechtsopvattingen had gehanteerd door uit te gaan van een retrospectief oordeel over de verdenking. De voorlopige hechtenis was rechtmatig omdat destijds voldoende aanwijzingen bestonden. De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis voor zover het Land aansprakelijk werd gehouden en verwierp het principaal cassatieberoep. Tevens werd het vonnis van de eerste aanleg tegen het Land bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het vonnis tegen het Land wordt vernietigd; de voorlopige hechtenis was rechtmatig.