ECLI:NL:PHR:2000:AA6297
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid en schadevaststelling curator bij curatele
De zaak betreft een geschil tussen een curator en de curanda over de aansprakelijkheid van de curator voor schade aan het vermogen van de curanda. Na een bewindstelling en curatele werd de curator door de kantonrechter aansprakelijk gesteld voor een schadebedrag van f 108.221,-, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 mei 1994. De rechtbank vernietigde deze beschikking en stelde de schade vast op f 32.280,28 met rente vanaf 26 mei 1994.
De curator kwam in cassatie met vijf middelen, onder meer over de bevoegdheid van de kantonrechter, de stuiting van de verjaring, de ontvangst van aanmaningsbrieven, het niet in het openbaar uitspreken van de beschikking, en de toerekening van advocaatkosten.
De Hoge Raad oordeelt dat de kantonrechter bevoegd was tot het geven van de beschikking op grond van zijn toezichthoudende taak. De rechtbank heeft ten onrechte aangenomen dat de curator de brief van 26 mei 1994 heeft ontvangen, waardoor de wettelijke rente niet vanaf die datum kan worden toegewezen maar pas vanaf 20 juli 1998, toen een andere brief wel werd ontvangen. Andere middelen falen of zijn niet van belang. De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van de beschikking over de rente vanaf 26 mei 1994 en wijst het beroep verder af.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel over rente vanaf 26 mei 1994 en bepaalt rente vanaf 20 juli 1998; het beroep wordt verder verworpen.