ECLI:NL:PHR:2001:AD3935
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verhuurder voor overlast tijdens renovatie winkelcentrum
De zaak betreft een geschil tussen een huurder van een winkel in een winkelcentrum en de verhuurder, die tevens opdrachtgever was van renovatie- en verbouwingswerkzaamheden aan het complex. De huurder vorderde schadevergoeding wegens omzetverlies, schoonmaakkosten en extra verkoopinspanningen als gevolg van ontoelaatbare en onnodige overlast veroorzaakt door de bouwwerkzaamheden.
De rechtbank had de vordering deels toegewezen, met name voor excessieve stofoverlast, maar wees het grootste deel af vanwege onvoldoende concreetheid en bewijs van de aard en omvang van de overlast en het causaal verband met de schade. De Hoge Raad oordeelt dat de maatstaf voor aansprakelijkheid van de verhuurder juist is toegepast, waarbij onderscheid is gemaakt tussen ontoelaatbare en onnodige overlast. De verhuurder is aansprakelijk voor overlast die zij redelijkerwijs had kunnen voorkomen of beperken.
De Hoge Raad bevestigt dat de schadebegroting door de rechtbank, waarbij de omzetderving werd benaderd via het gederfde huurgenot, geoorloofd is gezien het gebrek aan concrete bewijsvoering over de omzetderving. Ook de toewijzing van schoonmaakkosten en extra verkoopinspanningen wordt als terecht beoordeeld. De klachten tegen de motivering en beoordeling van de bewijsaanbiedingen worden verworpen. De cassatieberoepen worden afgewezen, waarmee het vonnis van de rechtbank in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de verhuurder voor ontoelaatbare en onnodige overlast en wijst schadevergoeding toe op basis van gederfd huurgenot en gemaakte schoonmaakkosten.