ECLI:NL:PHR:2000:AA7231
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid van cassatieberoep per fax in strafzaak
In deze zaak gaat het om de vraag of een cassatieberoep dat per fax is ingediend op de laatste dag van de beroepstermijn, tijdig is ingesteld. De advocaat van de verdachte heeft een verklaring van de verdachte laten ondertekenen op het politiebureau en deze per fax verzonden naar de griffies van het Hof en de Hoge Raad. Hoewel de fax op de laatste dag van de termijn is ontvangen, was dit op een tijdstip waarop de griffie niet meer bemand was.
De Hoge Raad bespreekt de toepassing van faxapparatuur bij het instellen van rechtsmiddelen. In civiele zaken wordt het gebruik van faxapparatuur als tijdig beschouwd als het verzoekschrift vóór middernacht op de laatste dag wordt ontvangen. In strafzaken gelden echter strengere vormvoorschriften, waaronder het vereiste dat de griffier een akte opmaakt en ondertekent op de laatste dag van de termijn.
De Hoge Raad benadrukt dat het instellen van een rechtsmiddel in strafzaken niet eenzijdig is, maar medewerking van de griffier vereist. Daarom moet het faxbericht zodanig tijdig aankomen dat de griffier nog de akte kan opmaken. Omdat dit in deze zaak niet het geval was, wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Deze uitspraak bevestigt dat ondanks technologische ontwikkelingen, de procedurele eisen in strafzaken strikt moeten worden nageleefd om rechtsmiddelen tijdig in te stellen.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het faxbericht te laat aankwam om de vereiste akte op te maken.