ECLI:NL:HR:2000:AA7231
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- H.A.M. Aaftink
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late indiening
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin de verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week wegens diefstal. De verdachte had het cassatieberoep ingesteld na een vonnis van de Politierechter en bevestiging door het Hof.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep was persoonlijk aan de verdachte betekend, waardoor het cassatieberoep binnen veertien dagen na de einduitspraak van het Hof moest worden ingediend, uiterlijk op 1 december 1999.
Hoewel de verdachte op die laatste dag via fax een mededeling stuurde waarin hij verzocht het cassatieberoep in te stellen, kwam deze mededeling na sluitingstijd van de griffie binnen. Hierdoor kon geen akte conform artikel 451 Sv Pro worden opgemaakt. De Hoge Raad oordeelde dat het beroep te laat was ingediend en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk.
De uitspraak benadrukt het belang van strikte naleving van termijnen in het strafprocesrecht en bevestigt dat een faxbericht na sluitingstijd niet als tijdige indiening kan worden beschouwd.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens te late indiening.