ECLI:NL:HR:2000:AA5880
Hoge Raad
- Cassatie
- W.E. Haak
- G.J.M. Corstens
- A.M.M. Orie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens tijdige indiening schriftuur bij Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 189 voorwaardelijk, wegens seksueel binnendringen van een minderjarige onder twaalf jaar. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het cassatieberoep betrof de vraag of de schriftuur tijdig was ingediend. De schriftuur werd op de laatste dag van de termijn per fax ontvangen, na sluitingstijd van de griffie. De Hoge Raad overwoog dat de oude uitzondering voor schrifturen als bedoeld in art. 433, tweede lid (oud), Sv, die vereiste dat deze vóór sluitingstijd van de griffie op de dag vóór de terechtzitting moesten zijn ingediend, na de wetswijziging van 1 oktober 1998 niet langer van toepassing is.
De Hoge Raad stelde dat de hoofdregel geldt dat faxindiening tot middernacht op de laatste dag van de termijn als tijdig moet worden beschouwd. Hierdoor was de schriftuur van verdachte tijdig ingediend. De middelen van cassatie werden inhoudelijk niet behandeld omdat zij niet tot cassatie konden leiden. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de schriftuur is tijdig ingediend en het hofarrest blijft in stand.