ECLI:NL:PHR:2000:AA7239
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid tussenhandelaar voor ondeugdelijk plasmapoeder in levensmiddelenproductie
In deze zaak draait het om de aansprakelijkheid van Vaessen-Schoemaker Chemische Industrie B.V. (VSCI) als leverancier van een partij plasmapoeder die werd gebruikt bij de productie van soepballetjes, welke smaakafwijkingen vertoonden. De afnemers klaagden over de ondeugdelijke kwaliteit, waarna diverse onderzoeken werden uitgevoerd die wezen op afwijkingen in geur en smaak, maar niet op absolute ondeugdelijkheid van het product.
De rechtbank wees de vordering van de eisers af wegens onvoldoende bewijs van schuld en het ontbreken van bijkomende omstandigheden die een onrechtmatige daad zouden rechtvaardigen. Het hof oordeelde dat indien het geleverde product overeenkomt met het monster, er geen onrechtmatigheid jegens derden is, tenzij sprake is van een bijzonder gevaar. Het hof stelde vast dat het product niet absoluut ondeugdelijk was en dat de vordering op basis van onrechtmatige daad strandde op het ontbreken van schuld.
De Hoge Raad bevestigt dat VSCI niet als producent kan worden aangemerkt en dat de aansprakelijkheidsmaatstaf voor een tussenhandelaar strenger is dan die voor een producent. Tevens wordt bevestigd dat de leverancier voldoende informatie heeft verstrekt over de producent, zoals vereist. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat geen onrechtmatige daad jegens derden is vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en VSCI is niet aansprakelijk voor onrechtmatige daad jegens derden.