ECLI:NL:PHR:2000:AA7283
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel hof over boedelscheiding en wrakingsverzoek
Deze zaak betreft een langdurige en complexe boedelscheiding tussen partijen, waarbij diverse vorderingen en tegenvorderingen zijn ingesteld. De vrouw vorderde onder meer een voorschotbetaling, opheffing van beslag op haar huis en medewerking aan de scheiding en deling van gemeenschappelijke goederen. De man voerde verweer en stelde tevens een wrakingsverzoek tegen de president van de rechtbank.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde de man tot betaling van een voorschot, het opheffen van conservatoir en executoriaal beslag, en het doen van een gemotiveerde opgave van tegoeden. De man kwam hiertegen in cassatie, waarbij hij drie middelen aanvoerde. De vrouw stelde incidenteel cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelt dat het wrakingsverzoek onvoldoende gemotiveerd was en dat het hof terecht de zaak aan zich heeft gehouden na vernietiging van het vonnis. De motiveringsklachten over de verrekening van vermogensbestanddelen en het spoedeisend belang van de vrouw worden verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat de vrouw recht heeft op wettelijke rente over de bedragen die haar toekomen, en dat het hof de dagvaarding en producties correct heeft geïnterpreteerd.
Het cassatieberoep wordt verworpen en de kosten worden gecompenseerd. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de door het hof getroffen voorzieningen in het kader van de boedelscheiding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof dat de man veroordeelde tot voorschotbetaling en opheffing van beslag.