ECLI:NL:PHR:2000:AA7898
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid onteigeningsprocedure voor aanleg provinciale weg N22-zuid
Eisers, erfpachters van een perceel grond, maakten bezwaar tegen de onteigening voor de aanleg van de provinciale weg N22-zuid. Zij stelden dat onteigening niet mogelijk was zolang de planologische inpassing niet onherroepelijk vaststond, dat de onteigeningsvordering prematuur was vanwege toezeggingen van de provincie, en dat de onteigening voor een ander doel werd gebruikt dan waarvoor deze was verleend.
De rechtbank verwierp deze bezwaren en stelde dat de onteigeningsrechter niet bevoegd is om de algemene nut en noodzaak van het werk te beoordelen, maar slechts de rechtmatigheid van het onteigeningsbesluit op het moment van dat besluit. De Hoge Raad bevestigde dit en verduidelijkte dat bij infrastructuuronteigeningen geen onherroepelijk bestemmingsplan vereist is, in tegenstelling tot bestemmingsplanonteigeningen.
De Hoge Raad oordeelde dat de provincie voldoende zekerheid had over de planologische inpassing, mede doordat het oorspronkelijke anticipatieproces was vervangen door een onherroepelijk bestemmingsplan. Ook werd geoordeeld dat het belang van de gemeente Haarlemmermeer de regionale functie van de weg niet uitsluit. Het beroep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de onteigening voor de aanleg van de provinciale weg N22-zuid wordt verworpen en de onteigening is rechtmatig.