ECLI:NL:PHR:2000:AA8357
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Faillissementspauliana bij verkoop en verrekening tussen verbonden vennootschappen
In deze zaak staat centraal de vraag of de verkoop van hout door [A] BV aan Katko BV en de daarop volgende verrekening van een lening paulianeus is en dus vernietigbaar onder de Faillissementswet. [A] BV was failliet verklaard en de curator stelde dat de transacties onverplicht waren en benadeling van schuldeisers opleverden.
De rechtbank wees de vordering van Katko af, maar het hof oordeelde dat de lening opeisbaar was en dat de koopovereenkomsten onverplicht waren, waardoor het vermoeden van wetenschap van benadeling bij beide partijen bestond. Katko mocht tegenbewijs leveren en slaagde daarin, waarna het hof de vorderingen toewijst.
De Hoge Raad bevestigt dat voor vernietiging van rechtshandelingen op grond van art. 42 Fw Pro vereist is dat de schuldenaar en de wederpartij ten tijde van de rechtshandeling wisten of behoorden te weten dat benadeling van schuldeisers het gevolg zou zijn. Het bewustzijn dat een kans op benadeling bestaat is niet voldoende. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de curator en bevestigt het oordeel van het hof dat Katko en [A] BV niet hoefden te weten dat [A] BV niet al haar schuldeisers zou kunnen voldoen op het moment van de transacties.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige afweging van wetenschap en benadeling in faillissementspauliana en voorkomt dat bona fide wederpartijen onnodig worden benadeeld. De curator kan niet zomaar vernietigen zonder dat aan de strenge eisen van wetenschap is voldaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en het hofarrest bevestigd.