Uitspraak
22 mei 1992.
Hoge Raad
De curator in het faillissement van Montana Caravan B.V. vorderde betaling van Interniber B.V. wegens levering van zestien stacaravans. De rechtbank wees de vordering af, het hof bekrachtigde dit oordeel. De curator stelde cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door te stellen dat geen benadeling van schuldeisers kon zijn als de koopprijs redelijk was. De Hoge Raad verduidelijkte dat benadeling ook kan bestaan als schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden worden beperkt, ook al is de prijs marktconform en het vermogen van de gefailleerde per saldo niet verminderd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelde de Hoge Raad Interniber in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en verwijst zaak terug voor verdere behandeling wegens onjuiste rechtsopvatting over benadeling schuldeisers.