ECLI:NL:PHR:2003:AK4806
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid cessie wegens ontbreken geldige titel en faillissementspauliana
In deze cassatieprocedure stond centraal of de overdracht (cessie) van vorderingen door [A] B.V. aan [eiseres] rechtsgeldig was. De curator in het faillissement van [A] B.V. betwistte de geldigheid van de cessie omdat geen titel tot overdracht bestond en stelde dat de overdracht paulianeus was op grond van art. 42 Faillissementswet Pro (Fw).
De rechtbank en het hof verwierpen de vordering van [eiseres] tot erkenning van haar rechten op de vorderingen en bevestigden dat de cessie nietig was. De Hoge Raad toetste de gronden van het hof en concludeerde dat het hof terecht oordeelde dat geen geldige titel bestond omdat de wilsovereenstemming niet was geconcretiseerd in een (obligatoire) overeenkomst die de overdracht rechtvaardigde.
Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat de curator terecht een beroep deed op de faillissementspauliana. De overdracht was onverplicht, de schuldeisers waren benadeeld doordat de vorderingen ten onrechte op nihil waren gewaardeerd, en zowel [eiseres] als [A] wisten of behoorden te weten dat de overdracht tot benadeling van de schuldeisers zou leiden. Het beroep van [eiseres] op een geldige waardering en het ontbreken van wetenschap van benadeling faalde.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof dat de cessie nietig verklaarde en het beroep van de curator op art. 42 Fw Pro aanvaardde.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de cessie nietig is wegens ontbreken van een geldige titel en dat de overdracht paulianeus is, waardoor de curator terecht de overdracht vernietigt.