ECLI:NL:PHR:2000:AA8425
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over overdracht pensioenrechten tussen gehuwden tijdens huwelijk
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag waarin werd geoordeeld dat het volledige ouderdomspensioen van een directeur en enig aandeelhouder belastbaar is, ondanks dat de helft van het pensioen aan zijn echtgenote was overgedragen tijdens het huwelijk. De belanghebbende stelde dat slechts de helft van het pensioen belastbaar zou moeten zijn, omdat de echtgenote een eigen recht op pensioen had verkregen.
De Hoge Raad bevestigt dat pensioenrechten in beginsel niet overdraagbaar zijn aan derden anders dan de pensioengerechtigde, tenzij beide echtgenoten gezamenlijk rechtsgeldig tot overdracht besluiten. De overdracht tijdens huwelijk verschilt fiscaal van overdracht na echtscheiding of scheiding van tafel en bed, waarbij de wetgever een uitzondering maakt. De Hoge Raad wijst erop dat belastingheffing over het volledige pensioen bij de pensioengerechtigde in deze situatie een reële mogelijkheid is en dat het hof dit terecht heeft vastgesteld.
Verder worden klachten over schending van het EVRM, het IVBPR en de EG-richtlijn over gelijke behandeling van mannen en vrouwen verworpen, omdat de wetgever gehuwden anders behandelt dan gescheiden personen. De Hoge Raad concludeert dat het beroep niet tot cassatie kan leiden en wijst het af.
Uitkomst: Het beroep wordt verworpen en het volledige ouderdomspensioen wordt belast bij de pensioengerechtigde ondanks overdracht aan echtgenote tijdens huwelijk.