ECLI:NL:PHR:2000:AA8925
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over grenzen van de rechtsstrijd en samenlevingsverweer in alimentatiezaak
In deze alimentatiezaak stond centraal of het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd was getreden door de alimentatieplicht van de man aanzienlijk lager vast te stellen dan de rechtbank, terwijl de man geen grieven tegen de hoogte van die alimentatie had aangevoerd. Daarnaast werd beoordeeld of het hof het samenlevingsverweer van de man met voldoende motivering had gepasseerd.
Partijen waren gehuwd sinds 1992 en gescheiden in 1997. De vrouw vorderde een bijdrage in haar levensonderhoud, waarop de rechtbank een alimentatie van f 2.100,- per maand vaststelde. Het hof stelde deze alimentatie bij beschikking van 16 december 1999 vast op f 350,- per maand, zonder duidelijke motivering. De man ging tegen deze beschikking in hoger beroep en stelde onder meer dat de vrouw samenwoonde met een ander, wat de alimentatieplicht zou verminderen of doen vervallen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door een aanzienlijk lager bedrag vast te stellen zonder dat de man daartegen een grief had gericht. Tevens was de motivering van het hof onvoldoende, omdat niet duidelijk was op welke gegevens het lagere bedrag was gebaseerd. Ten aanzien van het samenlevingsverweer stelde de Hoge Raad dat het hof een juiste maatstaf had toegepast en dat de man onvoldoende concrete omstandigheden had gesteld om aan te tonen dat de vrouw en haar nieuwe partner een gemeenschappelijke huishouding voerden. Hierdoor was het bewijsaanbod terecht gepasseerd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Hof 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling binnen de grenzen van de rechtsstrijd en met voldoende motivering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde behandeling binnen de grenzen van de rechtsstrijd.