ECLI:NL:PHR:2001:AA9433
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen koopovereenkomst en geen executie zonder kracht van gewijsde
In deze zaak stond centraal of een verstekvonnis tot levering van een onroerende zaak en erfpachtrecht reeds ten uitvoer kon worden gelegd ondanks het instellen van verzet door de veroordeelde. De Hoge Raad bevestigde dat een vonnis dat niet in kracht van gewijsde is gegaan en niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, niet rechtsgeldig kan worden ingeschreven in de openbare registers en dus niet ten uitvoer kan worden gelegd. Dit volgt uit de toepassing van artikel 3:301 lid 1 BW Pro in samenhang met artikel 81 Rv Pro.
Daarnaast werd vastgesteld dat een daad van bekendheid met het vonnis door de veroordeelde zelf vereist is om de verzettermijn te laten aanvangen. Enkel het openen van een envelop met betekeningsexploit door een bestuurder is onvoldoende bewijs hiervoor. Het hof heeft terecht het bewijsaanbod van eiser afgewezen omdat er geen concrete aanwijzingen waren dat de veroordeelde het vonnis daadwerkelijk had gelezen.
Ten aanzien van het geschil over de koopovereenkomst oordeelde de Hoge Raad dat tussen partijen geen definitieve overeenkomst tot stand is gekomen. Er ontbrak overeenstemming over essentiële onderdelen zoals de leveringstermijn, financiering, bodemverontreiniging en wijze van betaling. De Hoge Raad bevestigde dat het hof deze feitenrechtelijke beoordeling terecht heeft gemaakt en dat eventuele leemten niet zonder meer door redelijkheid en billijkheid kunnen worden aangevuld.
Het cassatieberoep van eiser werd verworpen, waarmee het arrest van het hof bekrachtigd bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.