ECLI:NL:PHR:2001:AD3961
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging duurovereenkomst tussen deurwaarder en Informatie Beheer Groep met onmiddellijke ingang
Deze zaak betreft de beëindiging door de Informatie Beheer Groep (IBG) van de samenwerking met een deurwaarder die sinds 1977 incasso's verrichtte voor de afdeling Invordering Schulden van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. IBG trok in 1989 de opdracht met onmiddellijke ingang in, mede vanwege een groot bedrag aan niet-afgedragen gelden dat de deurwaarder nog aan IBG verschuldigd was.
De deurwaarder vorderde vervolgens schadevergoeding wegens onrechtmatige beëindiging van de duurovereenkomst. Zowel de rechtbank als het hof oordeelden dat de overeenkomst rechtsgeldig was beëindigd, waarbij het hof bevestigde dat opzegging zonder opzegtermijn mogelijk is indien zwaarwegende redenen aanwezig zijn. Het hof verwierp ook klachten over het niet toewijzen van een afbouwperiode en het niet toekennen van de zogenaamde "inhaalslag" incasso's.
In cassatie werden diverse klachten ingediend, onder meer over tegenstrijdigheden in het arrest, het passeren van bewijsaanbod en schending van aanbestedingsregels. De Hoge Raad verwierp deze klachten, bevestigde de rechtmatigheid van de onmiddellijke beëindiging en benadrukte dat de beoordeling van de omstandigheden feitelijk is en niet in cassatie kan worden herzien.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Informatie Beheer Groep de duurovereenkomst met onmiddellijke ingang rechtsgeldig heeft beëindigd zonder opzegtermijn of schadeplichtigheid.