ECLI:NL:PHR:2001:AA9665
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige overheidsdaad door RDW bij kentekenbewijsvermelding bouwjaar parallelgeïmporteerde auto's
De zaak betreft de parallelimport van voornamelijk Mercedes Benz-auto's door [verweerster], waarbij de RDW aanvankelijk blanco kentekenbewijzen uitgaf die aangaven dat de auto's nieuw waren. Na beleidswijziging in 1991 stelde de RDW dat auto's die eerder in het buitenland waren toegelaten niet als nieuw konden worden beschouwd en gaf zij kentekenbewijzen af met een bouwjaarvermelding gebaseerd op de eerste toelating in het buitenland. Dit leidde tot bestuursrechtelijke procedures en schadeclaims van afnemers tegen [verweerster].
De rechtbank wees de vordering van [verweerster] af wegens gebrek aan causaal verband tussen de onrechtmatigheid en de schade. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de RDW onrechtmatig had gehandeld jegens [verweerster] door het beleid zonder mogelijkheid tot tegenbewijs toe te passen, in strijd met artikel 30 (oud) EG-Verdrag. De RDW werd veroordeeld tot schadevergoeding voor de bedrijfsschade die [verweerster] had geleden.
In cassatie bevestigt de Hoge Raad dat de RDW onrechtmatig heeft gehandeld jegens [verweerster] en dat de schadevergoeding betrekking heeft op de eigen bedrijfsschade van [verweerster], niet op de schade van de kentekenhouders. De formele rechtskracht van bestuursrechtelijke besluiten tegen kentekenhouders staat dit niet in de weg. De zaak benadrukt de bescherming van parallelimporteurs tegen discriminerend beleid van de RDW en de noodzaak tot vergoeding van daardoor ontstane schade.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Dienst Wegverkeer wordt verworpen en de RDW is gehouden de bedrijfsschade van de parallelimporteur te vergoeden wegens onrechtmatig handelen.