ECLI:NL:PHR:2001:AA9882
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuw feitelijk gegeven
Aanvrager is bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken wegens valsheid in geschrift. Tegen deze veroordeling is een herzieningsverzoek ingediend, gebaseerd op een beslissing van het GAK Nederland BV die het recht op een WW-uitkering met terugwerkende kracht introk en waarbij bezwaar van aanvrager gegrond werd verklaard.
De kern van het verzoek is dat de politierechter aanvrager vrijgesproken zou hebben indien hij op de hoogte was geweest van de nieuwe feiten en omstandigheden die in de bezwaarprocedure naar voren kwamen. Deze feiten betreffen met name de uren die aanvrager als zelfstandige heeft gewerkt en de correctie van de zelfstandigenaftrek door de Belastingdienst.
De Hoge Raad overweegt dat het enkele bestaan van een beslissing van een bestuursorgaan die niet strookt met een strafrechtelijke veroordeling niet automatisch een novum oplevert in de zin van art. 457 lid 1 onder Pro 2 Sv. Alleen wanneer in een andere procedure feiten aan het licht komen die de strafrechter niet kende en die relevant zijn voor het bewezenverklaren, kan sprake zijn van een novum.
In deze zaak is er geen sprake van een nieuw feitelijk gegeven dat de politierechter tot vrijspraak zou hebben gebracht. De verklaring van aanvrager van 6 januari 1999, waarin hij toegaf meer uren te hebben gewerkt dan opgegeven, was reeds bekend. De correctie van de zelfstandigenaftrek door de Belastingdienst en de beslissing van het GAK vormen geen nieuw bewijs dat de strafrechtelijke beoordeling zou wijzigen.
Daarom wordt het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een novum.