ECLI:NL:HR:2001:AA9882
Hoge Raad
- Herziening
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek valsheid in geschrift werkbriefjes WW
In deze zaak verzocht de aanvrager herziening van een verstekvonnis van de Politierechter te Breda, waarin hij was veroordeeld wegens valsheid in geschrift met betrekking tot werkbriefjes van het GAK over de periode januari 1996 tot april 1997. De aanvrager had op deze werkbriefjes niet alle als zelfstandige verrichte werkzaamheden, gewerkte uren en ontvangen inkomsten vermeld, met het oogmerk deze geschriften als echt te gebruiken.
De aanvraag tot herziening werd onderbouwd met een beslissing van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) waarin een bezwaarschrift van de aanvrager tegen terugvordering van WW-uitkering werd gegrond verklaard. Tevens werden verklaringen van de aanvrager over de juistheid van de opgegeven uren en de zelfstandigenaftrek over de jaren 1996 en 1997 overgelegd.
De Hoge Raad oordeelde dat deze nieuwe omstandigheden geen grond voor herziening vormen, omdat zij slechts een andere waardering van het bewijsmateriaal betreffen dat reeds bij de Politierechter bekend was. De correcties van de zelfstandigenaftrek en de verklaringen van de aanvrager zijn niet onverenigbaar met de bewezenverklaring van valsheid in geschrift. Ook het verzoek om toepassing van een minder zware strafbepaling voldeed niet aan de wettelijke criteria.
Daarom wees de Hoge Raad het herzieningsverzoek af en bevestigde het verstekvonnis van vier weken gevangenisstraf wegens valsheid in geschrift.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling wegens valsheid in geschrift.