ECLI:NL:PHR:2001:AB0386
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking voorlopige machtiging psychiatrische opname wegens onvoldoende motivering
Betrokkene verbleef aanvankelijk op vrijwillige basis in een psychiatrisch ziekenhuis na een voorlopige machtiging die niet werd voortgezet wegens termijnoverschrijding. De officier van justitie vorderde een nieuwe voorlopige machtiging, die door de rechtbank werd toegekend op basis van onvoldoende bereidheid tot vrijwillig verblijf en gevaar voor maatschappelijke tenondergang.
Betrokkene leed aan schizofrenie en ontkende ziektebesef en medicatiebehoefte. De rechtbank motiveerde summier dat betrokkene onvoldoende bereid was vrijwillig te verblijven en dat er gevaar bestond voor maatschappelijke tenondergang, maar gaf geen concrete feiten ter onderbouwing van het gevaar.
De Hoge Raad oordeelde dat de motivering van de rechtbank onvoldoende inzicht gaf in de beoordeling van het gevaar en de bereidheid, waardoor de beschikking niet controleerbaar en aanvaardbaar is. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen voor nieuwe beoordeling.
Daarnaast werd een procedurele klacht over het betrekken van een brief van de moeder in de beoordeling verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot voorlopige machtiging wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.