ECLI:NL:PHR:2001:AB0494
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak voorbereidingshandeling heroïnehandel en verwijst zaak terug
Verzoeker werd door het hof vrijgesproken van het voorbereiden en bevorderen van de invoer van een grote partij heroïne, omdat de heroïne ten tijde van zijn handelingen reeds in beslag was genomen. De procureur-generaal stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door te stellen dat voorbereidingshandelingen niet strafbaar zijn indien de heroïne al in beslag was genomen. Volgens de parlementaire geschiedenis van art. 10a Opiumwet is het strafbaar om voorbereidingshandelingen te verrichten met het oog op een misdrijf, ongeacht of het misdrijf voltooid is.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad klachten over de afwijzing van verzoeken tot het horen van getuigen, omdat het hof terecht oordeelde dat deze getuigen niet relevant waren voor de beslissing. Ook werd het beroep op schending van de redelijke termijn verworpen.
De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.