ECLI:NL:PHR:2001:AB0740
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van het begrip 'bedrijfsmatig' in artikel 82 Wet toezicht kredietwezen 1992
In deze zaak stond de uitleg van het begrip 'bedrijfsmatig' in artikel 82 van Pro de Wet toezicht kredietwezen 1992 centraal. De verdachte werd veroordeeld wegens het aantrekken van gelden van het publiek zonder vergunning, hetgeen volgens het hof onder het verbod van art. 82 Wtk Pro 1992 valt. De verdediging voerde aan dat de wet niet op verdachte van toepassing was omdat hij niet bedrijfsmatig handelde.
De Hoge Raad analyseerde de totstandkoming van het wetsartikel en concludeerde dat 'bedrijfsmatig' niet beperkt is tot ondernemingen die het aangetrokken geld in hun eigen bedrijfsvoering gebruiken. Ook incidenteel of als nevenactiviteit gelden aantrekken valt onder dit begrip, mits het binnen de bedrijfsuitoefening past. Dit volgt uit de parlementaire geschiedenis en de Europese richtlijn die het verbod inspireerde.
Het hof had terecht geoordeeld dat de verdachte gelden ontving en beheerde ten behoeve van cliënten, vergelijkbaar met banken, en dat dit onder het verbod valt. Het middel dat het hof niet op het verweer had beslist, faalde omdat het hof dit verweer impliciet had verworpen. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de strafbaarheid van het handelen van verdachte onder art. 82 Wtk Pro 1992.
Uitkomst: Het beroep wordt verworpen en het handelen van verdachte valt onder het verbod van artikel 82 Wet toezicht kredietwezen 1992.