ECLI:NL:HR:2000:AA8296
Hoge Raad
- Cassatie
- W.E. Haak
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid van commerciële schuldbemiddeling ondanks budgetbeheer
De zaak betreft een stichting die diensten verrichtte gericht op schuldbemiddeling voor natuurlijke personen met schulden voortvloeiend uit krediettransacties. De stichting bracht kosten in rekening voor budgetbeheer, terwijl zij stelde dat schuldbemiddeling om niet werd verricht en het budgetbeheer een zelfstandige activiteit was. Het hof veroordeelde de stichting voor overtreding van artikel 47 van Pro de Wet op het consumentenkrediet (WCK) en artikel 82 van Pro de Wet toezicht kredietwezen 1992.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de kosten voor budgetbeheer nauw samenhangen met de schuldbemiddeling en daarom niet los kunnen worden gezien van de verboden schuldbemiddeling. De wetgever beoogde met het verbod op commerciële schuldbemiddeling misbruik van schuldenaren te voorkomen, en het toestaan van kosten voor activiteiten die direct samenhangen met schuldbemiddeling zou dit doel ondermijnen.
De verdediging voerde aan dat schuldbemiddeling om niet was verricht en dat kosten alleen voor zelfstandige budgetbeheeractiviteiten mochten worden gevraagd. Ook werd gesteld dat de overheid onjuiste voorlichting had gegeven. De Hoge Raad verwierp deze verweren, oordeelde dat de overheid geen onjuiste voorlichting had gegeven en dat het hof de middelen terecht had verworpen.
Het beroep in cassatie werd afgewezen voor het eerste en derde middel, terwijl het tweede middel werd ingetrokken en de zaak werd verwezen voor nadere conclusie van de Advocaat-Generaal. De Hoge Raad bevestigde daarmee de strafbaarheid van commerciële schuldbemiddeling onder de gegeven omstandigheden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de strafbaarheid van commerciële schuldbemiddeling met kosten in rekening brengen en wijst het beroep af.