ECLI:NL:PHR:2001:AB0810
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor onrechtmatige doorlevering onder eigendomsvoorbehoud van asfaltmachine
Deze zaak betreft de vraag of een bestuurder van een Nederlandse BV onrechtmatig heeft gehandeld door een onder eigendomsvoorbehoud geleverde asfaltmachine door te leveren aan een Belgische NV, waardoor derden mogelijk rechten op de machine kunnen doen gelden en de leverancier schade lijdt. De machine was geleverd onder Duitse algemene leveringsvoorwaarden en geplaatst op een bedrijfsterrein in België, waar zij met demontabele schroeven was bevestigd.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de bestuurder aansprakelijk was wegens onrechtmatige daad, omdat de doorlevering buiten de normale bedrijfsuitoefening plaatsvond en het eigendomsvoorbehoud van de leverancier werd bemoeilijkt door de betrokkenheid van derden, waaronder een bank die een zekerheidsrecht op de machine had gevestigd. De bestuurder voerde verweer dat de machine door natrekking eigendom van de eigenaar van het terrein was geworden, waardoor het eigendomsvoorbehoud zou zijn geëindigd.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende aandacht heeft besteed aan de inhoud van het Belgische goederenrecht en dat het hof zich niet aan zijn taak heeft onttrokken om het buitenlandse recht ambtshalve vast te stellen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor verdere behandeling, waarbij onder meer de vraag of het eigendomsvoorbehoud is geëindigd door natrekking nader moet worden onderzocht.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Arnhem voor verdere behandeling.