ECLI:NL:PHR:2001:AB0992
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing foutenleer en balanscontinuïteit bij fiscale eenheid en afwaardering bedrijfsmiddelen
Belanghebbende, X B.V., vormde vanaf 1 januari 1994 een fiscale eenheid met A B.V., die eerder binnen een fiscale eenheid met C B.V. afwaardering van materiële vaste activa had toegepast. De afwaardering was door de inspecteur geaccepteerd, maar belanghebbende stelde dat deze onterecht was en dat zij mocht afschrijven zonder rekening te houden met die afwaardering.
Het Hof Amsterdam stelde belanghebbende in het ongelijk en oordeelde dat de balanscontinuïteit ook over de grenzen van fiscale eenheden geldt, waardoor belanghebbende gebonden was aan de lagere bedrijfswaarde van de activa. De Hoge Raad bevestigt dat de voorwaarden van de fiscale eenheid de continuïteit van fiscale balansen waarborgen.
Echter, de Hoge Raad stelt dat het Hof onjuist heeft nagelaten te onderzoeken of de afwaardering een foutenleer-fout was en of herstel daarvan bij de oorspronkelijke belastingplichtige, C B.V., mogelijk is via navordering, betaling van gewetensgeld of toepassing van de foutenleer.
De Hoge Raad verwijst het geschil terug voor nader onderzoek en benadrukt dat de inspecteur voldoende informatie moet verstrekken om belanghebbende in staat te stellen haar bewijs te leveren. De zaak betreft de vraag of en hoe afschrijvingen mogen worden voortgezet na een afwaardering naar lagere bedrijfswaarde en de toepassing van de correctieregel en terugkeerregel binnen fiscale eenheden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de toepassing van de foutenleer en de waardering van activa binnen de fiscale eenheid.