ECLI:NL:PHR:2001:AB1272
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over huiszoeking en verschoningsrecht arts bij cocaïne-invoer
Op 16 maart 1999 werd in een postpakket uit Paramaribo cocaïne aangetroffen, gericht aan een revalidatiecentrum. Verdachte, een arts werkzaam in dat centrum, werd aangehouden en zijn woning doorzocht. Tijdens de huiszoeking werden onder meer receptbriefjes en notitieblaadjes met een buzzernummer in beslag genomen. Het hof oordeelde dat deze bescheiden niet onder het verschoningsrecht vielen en verwierp het verweer van verdachte dat de inbeslagneming onrechtmatig was.
De Hoge Raad stelt dat het verschoningsrecht van een arts zich alleen uitstrekt tot bescheiden die hem in zijn hoedanigheid als arts zijn toevertrouwd. Het hof had onvoldoende vastgesteld of de briefjes daadwerkelijk patiëntgegevens bevatten of op een wijze waren opgeborgen die het vermoeden van toevertrouwing rechtvaardigde. De plaats waar de briefjes werden aangetroffen is relevant voor de beoordeling van het verschoningsrecht.
Verder overweegt de Hoge Raad dat in uitzonderlijke gevallen het belang van waarheidsvinding kan prevaleren boven het verschoningsrecht, maar dat dan een rechter-commissaris moet beslissen over de inbeslagneming, bij voorkeur in overleg met een beroepsorganisatie. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof te 's-Gravenhage voor nieuwe behandeling.