ECLI:NL:PHR:2007:BA8454
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beklag tegen niet-vervolging ministers Donner en Verdonk wegens ambtsmisdrijven Schipholbrand
In de zaak betreft het beklag van klagers tegen de beslissing tot niet-vervolging van oud-ministers Donner en Verdonk wegens vermeende ambtsmisdrijven in verband met de brand in het detentiecentrum Schiphol-Oost waarbij elf gedetineerden omkwamen.
Klagers stelden dat de ministers verantwoordelijk waren voor wrede, onmenselijke of onterende behandeling van gedetineerden en dat dit strafrechtelijk vervolgd moest worden. De Hoge Raad onderzocht of het beklag ontvankelijk was en of de vervolging van ministers zonder last van de Kroon of Tweede Kamer mogelijk is.
De Hoge Raad oordeelde dat de bijzondere vervolgingsregels voor ministers, neergelegd in art. 119 Grondwet Pro en art. 76 RO Pro, vereisen dat een last tot vervolging wordt gegeven door de Kroon of Tweede Kamer. Dit vormt een beletsel voor ontvankelijkheid van het beklag. Daarnaast zijn de verwijten niet strafbaar als foltering of wrede behandeling in de zin van de Wet internationale misdrijven. De verdragsrechtelijke bepalingen verplichten wel tot onderzoek, maar laten de wijze van vervolging aan nationaal recht over.
De Hoge Raad verklaart het beklag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van de vereiste last tot vervolging en wijst klagers erop dat zij zich tot de bevoegde organen kunnen wenden.
Uitkomst: Beklag tegen niet-vervolging ministers Donner en Verdonk wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van vereiste last tot vervolging.